Nobelprijs voor Svetlana Alexijevitsj

Afgelopen week won Svetlana Aleksijevitsj de 112e Nobelprijs voor de Literatuur. Deskundigen waren niet verbaasd, de Wit-Russische journaliste stond al bovenaan de favorietenlijstjes.

Geen verrassing dus, wat best wel verrassend is als je bedenkt dat er maar weinig mensen bekend zullen zijn met Aleksijevitsj. Op de website van de Nobelprijs beantwoorde slechts 12% van de bezoekers de vraag of zij ooit iets van Aleksijevitsj hadden gelezen positief.

Veel van haar werk is al tijden slecht tot niet te verkrijgen. Op het moment van schrijven kost de goedkoopste (en enige van twee beschikbare) kopie van War’s Unwomanly Face (1988), het eerste deel van de vijfdelige serie Stemmen uit Utopia, op Amazone.com 2,200 dollar.

Aleksijevitsj heeft voor Stemmen uit Utopia duizenden mensen geïnterviewd om juist díe verhalen uit het Sovjetverleden die de overheid probeerde weg te poetsen, te vertellen. Tsjernobyl, Sovjet-soldaten in Afghanistan, en de (Tweede Wereld-)oorlog uit het perspectief van vrouwen en kinderen.

Het enige werk dat naar het Nederlands vertaald is, is het laatste deel Het einde van de Rode mens. Een epos van zelfmoordenaars – Mensen die in zozeer één waren geworden met de wereld en de waarden van de Sovjetunie, dat zij tot zelfdoding besloten toen het rijk ineenstortte. Als een leger dat ten onder ging, iedere soldaat in eenzaamheid.

De verhalen die Aleksijevitsj’ optekende ben ik de afgelopen jaren telkens in andere context tegen gekomen. De werken zijn zo secuur ontdaan van de stem van de interviewer, dat ik vaak niet eens door dat ik een verhaal van Aleksijevitsj’ hand las, tot ik het terug probeerde te vinden.

Als kenner zal ik mezelf niet kwalificeren – ondanks mijn obsessie met alles historisch en Russisch, heb ik slechts met een klein deel van Aleksijevitsj oeuvre kennis gemaakt.

Maar zelfs voor deskundigen geldt: over Aleksijevitsj’ werk kun je eigenlijk niet schrijven zonder tekort te schieten. De schoonheid en overtuiging van haar boeken zit hem in de omvang van het koor aan stemmen die ze aan het woord laat, en de constructie waarmee zij de verhalen “als een Griekse tragedie” heeft gearrangeerd.

Schrijnende hartenkreten, waarin de dood tegen een dagelijkse achtergrond ten tonele treed. “Sasja is levend verbrand in zijn moestuin, tussen de komkommers,” zo begint Marina, Sasja’s buurvrouw, haar herinnering.

Volgens de Zweedse Academie heeft Aleksijevitsj met haar werk een nieuw literair genre gedefinieerd. De Wit-Russische heeft verhalen scherp uit urenlange interviews gekristalliseerd, en deze kristallen tot een kostbare ketting geregen.

Toch is Het einde van de Rode mens ook Oral History, en zoals een historicus weet, is informatie altijd gekleurd door de bron die de kennis doorgeeft. Het bijzondere aan Aleksijevitsj’ arrangement als bron is dat hoewel de dood ieder kristal gevormd heeft, hij fonkelt van het leven.

“Ik heb een icoontje in een hoek en een hondje om mee te praten. Een kooltje alleen blijft ‘snachts niet gloeien, zeggen ze, maar ik hou vol.”

Terwijl de ene na de andere Rode soldaat valt, komen hun verhalen bij de lezer via iemand die wél vast bleef houden aan het leven. Ondanks dat het ook hún rijk was dat ten onder ging, en zij de duistere belevingswereld kennen hielden zij vast aan de schoonheid.

“Als je leeft, ook al ben je niet gelukkig, kun je door de frisse lucht lopen, in je tuintje.”

Een vensterbank vol bloemen, door je kleding heen natregenen, de herinnering aan iedereen die er eerst nog was, dat zijn de dingen die de sprekers aan deze zijde hielden.

Over Alexievich kun je eigenlijk niet schrijven zonder haar werk tekort te doen, dus laat ik het hierbij, nadat ik nog een bescheiden wens uitspreek:

Kan het winnen van de Nobelprijs voor de Literatuur er alsjeblieft voor zorgen dat de Encyclopedie van de Rode mens binnenkort met bijpassende harde kaften gebonden in de winkel ligt?

 

 

Advertisements