Re: Angst en Kurt Westergaard

In Re: kijkt hard//hoofd van een afstandje naar actuele zaken. Simone bezocht het streng beveiligde Festival voor het Vrije Woord.

Onder een waterval van applaus kwam hij De Balie binnenschuifelen: Kurt Westergaard. Applaus voor de tachtigjarige cartoonist die zijn leven niet heeft overgegeven aan angst. En een beetje voor het publiek zelf, omdat wij hem durfden te ontvangen. Nog voor het enthousiaste handengeklap zou overgaan in een toejuiching viel de zaal weer stil. We zaten hier immers om zijn recht op vrijheid te onderstrepen, niet voor de inhoud van zijn cartoons.

Westergaard, zo teer als een papieren tekening, zag er strijdbaar uit in zijn felrode broek en baret met lovertjes.

‘Are we [cartoonists] sensitive seismographs, detecting the tremors of coming political earthquakes and the catastrophes that follow in their wake? Are we sometimes throwing cartoon roadside bombs, not to derail but to warn and bring politics back on the right track?’ begon Westergaard zijn persvrijheidslezing.

‘Maar je gaat wel?’ vroeg mijn vader toen hij las wie de mystery guest zou zijn. De Balie had gasten de mogelijkheid geboden om hun geld terug te vragen als zij niet instemden met de verhoogde veiligheidsrisico’s. (Niemand heeft hier overigens gebruik van gemaakt).

‘Mijn zus zei dat ze hier voor geen goud bij zou willen zijn,’ bekende iemand op de rij voor mij tegen de Amsterdamse burgemeester Van der Laan.
‘Dat begrijp ik wel,’ antwoordde de burgervader vriendelijk en hij rechtte zijn rug. Hij erkende de spanning en aanvaardde hem.

Angst is een belangrijk – zij het niet altijd even betrouwbaar – beschermingsmechanisme. Angst zorgt ervoor dat iemand wegrent, of in de aanval gaat. En soms kan angst ervoor zorgen dat je bevriest. Dit is het meest gevaarlijke gevolg voor een samenleving, zonder beweging val je stil.

Het klinkt misschien paradoxaal: strenge beveiliging om vrij te zijn. Maar toen ik de agent die voor De Balie mijn paspoort controleerde in zijn ogen keek, wist ik dat hij dit deed voor ons beider veiligheid. In Moskou bezocht ik eens een straatprotest, waar naar verhouding minstens tien keer zo veel politie aanwezig was. Als je zo’n Russische agent in de ogen kijkt, weet je dat hij jou, om te beginnen, het liefst in zijn ME-bus had gegooid. Een heel ander gevoel, verzeker ik je.

Maar we moeten wel weten wat we beveiligen, wat wij willen beschermen. Dat is een lastig inzicht, waar eigenlijk pas ruimte voor is wanneer de veiligheid volledig gewaarborgd is, óf wanneer deze ernstig in het gedrang komt. Daartussen is er de afwas, je dochter uit school halen, weer proberen te stoppen met roken en liefdesverdriet. Leven.

Sinds februari lees ik vaak: ‘Waarom waren jullie allemaal ineens Charlie Hebdo, maar tekenen jullie zelf Mohammed niet?’ Men make tussen het piepers snijden door een ommetje over de Vijzelgracht naar de Dam en is ineens een goed burger met morele overtuiging? Mijn antwoord: Ja. De jesuischarlie-manifestaties waren een uiting van ieders overtuiging: normaal kunnen leven, plus en masse de straat op wanneer wij dat nodig achten.

Er is geen behoefte aan een wildgroei van activisme voor allerhande extreme meningen enkel omwille van het aantonen van vrijheid. Toch is het belangrijk dat wij, als een seismograaf, onze samenleving blijven meten. Bedenk (terwijl je in je double mocha hazelnut latte roert) waar je staat en verdedig dat in de toekomst. De overtuiging dat kunstenaars en democratisch verkozen politici heelhuids hun werk moeten kunnen doen, ligt daar hopelijk achter.

Anger is a good, active feeling when you are being threatened,’ sprak Westergaard. Maak je boos. Protesteer als er een inbreuk op jouw markering wordt gedaan. Zelfs als je vorige keer te druk was om boos te zijn, of niet zeker weet of je de volgende keer wel kan i.v.m. voetbaltraining. Je hoeft niet permanent op de grens van jouw denkwijze te staan om te weten waar hij ligt.

Dat is onze luxueuze vrijheid: niet gedwongen worden om doorlopend op het scherpst van de snede je eigen gedachten te verdedigen. Saai hè? Best wel, maar bedenk maar hoe het leven zonder die vrijheid zou zijn.

Afbeelding: still uit Westergaards lezing via De Balie TV

Advertisements

Post uit Moskou 8

“Kiev”
Milaya Maite,

Wat mis ik je nu. Dat weet je wel, toch?

Terug in Kiev, wat een plek. Tegen de alleenheid heb ik een kamer in een hostel gehuurd. Vanwege de crisis in Oekraïne zit het hostel vol met jonge mensen uit Donetsk, Luhansk, Sevastopol en Odessa. Er woont zelfs een jongen die het niet meer trok in Rusland en nu probeert zijn leven hier op te bouwen.

Ken je dat verhaal over Boelgakov? Dat hij met zijn vrouw een kamer in een Kommunalka had, en dat zijn huisgenoten de inspiratie voor zijn demonen in De meester en Margarita vormden?

Hier spookt het ook. In de keuken klinkt een kakofonie van bevlogen idealen en gedachtegoed, iedereen is grenzeloos politiek geëngageerd en onvermoeibaar in discussie.

Illustratie uit De meester en Margarita

In Kiev, waar politiek verdomd veel uitmaakt en geacht wordt nog een hele hoop te veranderen, houdt iedereen er een mening op na. Van hard-linerlibertarianen, nostalgische socialisten, pure nationalisten tot neofascisten; noem het maar op en ik ben het hier tegen gekomen.

Gisteren in de lift vroeg een jongen nonchalant: ‘Hè, weet jij niet waar ik een kopietje van Mein Kampf op kan pikken?’

Negentien jaar was ‘ie, misschien stond ie stoer te doen. Maar in de barre situatie dat mensen toevlucht zoeken in allesomvattende ideologieën, terwijl zich hier geen recente denker meer aan waagt, lijken sommige mensen alles aan te grijpen.

Ondertussen staat het land op zijn kop.

Beelden van de oorlog die geen oorlog heet, kleuren ieder televisiescherm. Tanks, bataljons, explosies… De beelden, verhalen en herinneringen voeden het allemaal, want in Kiev is het eigenlijk best rustig nu.

De eigenaresse van het hostel ziet alles met lede ogen aan. Ze is Russische, vijfendertig jaar geleden getrouwd met een Oekraïner en geboren in Novosibirsk. Trots toont ze me foto’s van het operahuis en de nieuwe brug die Poetin eigenhandig is komen openen.

‘Zo’n mooie stad,’ keuvelt ze, terwijl ze met haar mollige vingertjes door de Google-zoekresultaten scrolt.

Wanneer ik haar vertel dat ik volgende week naar Moskou ga, kijkt ze vrolijk. Ze heeft genoeg kritiek op Rusland gehoord de afgelopen tijd en is blij dat ik heen en weer reis alsof er niets aan de hand is.

‘Vertel ze daar dat we in Oekraïne allemaal zo slecht nog niet zijn,’ zegt ze opgewekt.
‘Ik hoop voor iedereen hier dat het ooit weer goed komt tussen Rusland en Oekraïne,’ antwoord ik onhandig.
‘Oh Simone,’ haar gezicht betrekt direct weer.
‘Dat gaat nog heel, heel lang duren.’

Do zvidanya,
Simone