Post uit Moskou 5

“Zoals het hoort” 

Brieven van en naar een flat naast de derde ringweg van Moskou. Maite en Simone schrijven elkaar over van alles en nog wat. “Alsof de homofobe Russen nu denken: goh, in Amsterdam staan mensen met vlaggetjes te zwaaien, eigenlijk zijn gays best oké.”

Milaya Maite,

Vorige week ging ik met een Russische vriend, V., naar een festival. Hij had me uitgenodigd mee te komen, maar bij aankomst bleek dat hij nog helemaal geen kaartjes had. Anderhalve meter voor de portier belde V. een vriend van een vriend uit de organisatie en begon direct ontzettend te schelden:
“Ik sta hier voor de deur zonder kaartje, komt er nog iemand een pasje brengen of wat? […] Veertig minuten? Wat denk je, dat ik hier zo lang ga wachten? Kom hierheen! Schiet op!”

Ik ben inmiddels zo lang in Rusland dat ik soms vergeet dat dit asociaal gedrag is. Ongemerkt heb ik zelf ook wat nieuwe gewoontes opgepikt: in Amsterdam ging ik met een oud-collega, John, uit eten. Ik stootte per ongeluk mijn wijn om, wenkte de serveerster en omcirkelde, zonder mijn verhaal te onderbreken, in de lucht met mijn wijsvinger de plek waar het drankje lag. John’s mond viel open. “Jezus Christus, Simone…”. Oh ja.

Het verbaast me ook dat mijn moeder nog geen bombrief heeft opgestuurd sinds ik de gewoonte heb ontwikkeld om een uitdrukkingsloze “Hm-hhmmm” als volwaardig antwoord in gesprekken te hanteren. Maar toch, Maite, maar toch. Op mijn harde schijf staat een onuitwisbaar stukje Nederland geprogrammeerd. En goddomme, ik voel me soms zo verschrikkelijk Nederlands in Moskou.

Casual conversation kom ik vaak best door zonder voor een niet-Rus te worden aangezien. Als mijn gesprekspartner na een tijdje begint te fronzen omdat er iets ‘niet helemaal juist’ moet zijn, denken ze vaak nog dat ik een Est, Let, of misschien Oekraïense ben – niet al te ver weg van het moederland. (Door de huidige politieke situatie word ik hierdoor ook nog wel eens voor spion of geheim agent aangezien, maar daar zal ik je in een andere brief over schrijven.)

Wanneer er geklonken wordt, roep ik altijd grof “proost!” – tot teleurstelling van de Russische tafelgenoot, die een ellenlange anekdote vol lof over het gezelschap en onze ontmoeting verwacht. Ook kan ik het vaak niet laten om te verkondigen: “In Nederland doen we het zo…” als iemand beklag doet over de Russische gang van zaken. Bij de metro zeg ik nog altijd: “Goedemiddag, zou ik alstublieft een kaartje voor negentig minuten mogen?” in plaats van “Negentig minuten” te grommen. Of Russischer nog: zonder een woord de roebels naar voren schuiven, de kassière weet immers zelf ook wel dat ze kaartjes verkoopt.

In principe is er ook geen reden om deze laatste vriendelijkheden af te zweren, enkel omdat het geen lokale gewoonten zijn. Wellicht, met vasthoudendheid, blijft er wat als sediment op het Russische plakken. De kassières lachen inmiddels ook al samenzweerderig met mij zodra ik binnenkom.

Do zvidanya,
Simone

Foto: Pinksteren, jaren vijftig in Pskov.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s