Post uit Moskou 7

“New York”

Tijdelijk zonder visum voor het land van de eindeloze toendra’s schrijf ik je nu vanaf de andere kant van de oceaan. Als de gele Pegman van Google Street View voel ik me uit huis gegraaid, de globe rondgeslingerd en op een willekeurige straathoek in Manhattan neergeplempt.

Ik had gedacht dat New York en Moskou qua sfeer op elkaar zouden lijken, vanwege de hoogten en het aantal inwoners, maar het is hier een stuk voller, luider en iedereen bemoeit zich met elkaar. In Amerika ben je eigenlijk constant in gesprek: als je het stoplicht of de metro net wel of net niet haalt, vrolijk koffie bestelt, of wanneer je nieuwe schoenen aan hebt, overal wordt wat van gezegd.

In Moskou kom je dat soort bemoeizucht toch minder tegen. Eens schoot een buschauffeur vuur uit zijn ogen en weigerde bijna om mij een kaartje te verkopen omdat ik instapte met een monter “Goedendag!” – dat was het voor hem blijkbaar niet. Nederlandse straatgewoonten zitten volgens mij veilig tussen deze uitersten in.

Maite, het arrogante New York stoot mij soms best wel tegen de borst. Op een vrije dag ging ik naar Brighton BeachLittle Russia, en ik voelde me thuis. Russisch gekeuvel op straat en opportunistische commerciële exploitatie: een steeg met een bergje vodden op de grond had het bordje ‘Flea Market’ gekregen. In restaurant Tatiana stond een schmutzige pinautomaat waar je voor 5$ toeslag je cash uit kon trekken (Tatiana volgens een Yelp-recensie: “Two words: Russian Opulence”).

Wandelend over de boulevard zag ik enkele Oekraïense vlaggen hangen. InLittle Russia wonen niet zozeer Russische Russen, als wel inwoners van voormalige Sovjetstaten die de Russische taal met elkaar gemeen hebben (decore gemeenschap, zo heb ik me laten vertellen, zijn Oekraïense Joden).

Brighton Beach, circa 1959 – Foto: Helmut Newton.

Bij de Ice Cream Truck riep de ijscoman mij toe: “Heay Krasavitsa!” (schoonheid!)
Met een ijsje slenterde ik over het strand. Deze Soviet emigrés hebben maar een mooi plekje voor zichzelf weten te bemachtigen aan de Atlantische oceaan. En ze weten het zich verdomd eigen te maken – ik vond zelfs een één roebel muntje op het strand.

Ach, misschien was dat slechts mijn romantische geest die het daar ophemelde: onder een rood fleecedekentje gezeten zei de lifeguard dat hij het zeewater alleen bij strikte noodzaak zou betreden. Iets met “riool- of fabrieksafval” een stukje stroomopwaarts.

Vanaf zijn hoge uitkijk stoel knoopte de New Yorkse Oekraïner een praatje met me aan. “Jij bent Russisch?” stelde de strandwacht vragend vast.
“Nee,” zei ik.
“Wat dan?”
“Ik ben in Nederland geboren.”
Hij knikte begrijpend. Een Rus die in Nederland is geboren, net als hij, een Oekraïner in de VS.

Do Zvidanya,
Simone

Een Fransman

In het hostel op een slaapzaal met tien bedden sliep een Franse man van zestig. Hij liep met gebochelde rug. Op zijn hoofd lag wat dun, verloren haar en om zijn uitgezakte lichaam hing tot aan kleurloos verwassen kleding.
In Kiev was hij op zoek naar een vrouw. Tot dat doel schreef hij dagelijks briefjes: ‘Mijn naam is zus-en-zo, wil je met mij?’ die hij rond de stad bij Oekraïense vrouwen in de hand drukte.
Zojuist voltooide hij zijn tweede bezoek aan de stad. Op een briefje schreef hij aan mij in sierlijk handschrift:
“Please call a taxi, from L’va Tolstovo number 4,
to Borispol Aeroport. Ask for price in UAN.”
Vermoedelijk dacht hij dat ik de receptioniste was en ik corrigeerde hem niet. Het is een kleine moeite om een taxi te bellen.
“Over 4 minuten, voor 127 Hryvna,” vertelde ik hem in het Frans, met mijn hand op de ontvanger. Dankbaar knikte hij ja, en zei ‘dat is niet veel,’ en ‘zeg maar dat ik hem nu nodig heb.’ Engels sprak hij niet, Russisch of Oekraïens allerminst.
De telefoniste van de taxicentrale kreeg haar “Ok” en de man haastte zich onmiddellijk met zijn schoudertas en een klein zwartleren koffertje naar het stenen trappenhuis.
Ik liep naar de deur en riep, “Monsieur!”
Zijn gebogen rug draaide zich tot zijn gezicht verscheen.
“Monsieur, het wordt een zwarte Dacia… De taxi, is een zwarte Dacia Logan.”
“Dacia…Logan…Dacia…Logan” mompelde de man, glimlachte ‘merci’ en keerde zich weer van mij af, richting de lift.
Terug in de keuken waar hij mij had aangesproken keek ik uit het raam. In het witte herfstlicht, achter een haveloos metalen hekje op een bevroren stoep, stond de Fransman. Onderweg naar het huis waar hij in eerste instantie had bedacht om zijn eenzaamheid in Oekraïne te gaan bevechten. Wederom alleen.
Met zijn koffertje.

Post uit Moskou 6

“Spionnen” 

Brieven van en naar een flat naast de derde ringweg van Moskou. Maite en Simone schrijven elkaar over van alles en nog wat. “Alsof de homofobe Russen nu denken: goh, in Amsterdam staan mensen met vlaggetjes te zwaaien, eigenlijk zijn gays best oké.”

Milaya Maite,

Afgelopen brief vertelde ik je dat Russen mij er af en toe van verdenken een spion te zijn en dat moet ik nog even toelichten.
Het klinkt wat James Bond misschien, maar de wereld van spionnen, informanten en geheim agenten voelt hier zo ver weg nog niet.

Spionne Anne Chapman (Kushenko) werd in 2010 de VS uitgegooid en in Moskou met wapen op de catwalk gezet, nu is ze tv-presentatrice. En vorig jaar werd de Amerikaanse Ryan C. Fogle met pruikjes en valse paspoortenaan de schandpaal genageld.

De eerste keer dat ik zelf verdacht werd was begin april, toen ik langs een bijeenkomst van de partij van Eduard Limonov liep. Ik was toevallig in de buurt om een croissant te kopen toen ik de dranghekken, het rokende benzine-aggregaat en metaaldetectors zag staan: karakteristiek voor een Russische demonstratie, natuurlijk gedecoreerd met verveeld kijkende politieagenten.

Het was nog koud, maar de lage zon brandde heerlijk fel op mijn wangen. Buiten de dranghekken stonden een modieus gekleed meisje en een jongen van rond de twintig jaar. Ik sprak ze in het Engels aan:”Zijn jullie hier voor de demonstratie? Wat gaat er gebeuren?”
Het stel was vriendelijk en ze deden hun best om me uit te leggen wat er aan de hand was, maar het kostte ze moeite om de juiste Engelse woorden te vinden. Om behulpzaam te zijn ging ik over op het Russisch. De jongen kneep zijn ogen tot spleetjes.
“Je spreekt gewoon Russisch?” constateerde hij berekenend. “En vrijwel accentloos?”

Hij werkte zich langzaam uit het gesprek, ging enkele meters verderop staan maar lachte en knikte wel als ik naar hem keek.
“C. dacht dat je een geheim agent was,” zei het meisje later. De jongen had wat politiek engagement op zijn kerfstok en was nu op zijn hoede.

Dit was me sinds mijn eerste keer in Rusland in 2012 nog nooit overkomen, maar het gebeurt sindsdien wel vaker. Zomaar. Als gevolg van mijn redelijke beheersing van het Russisch werpen mensen me toe: “Ben je een buitenlands agent?”

Maite, wat zeg ik daar in godsnaam op terug? “Welnee, Ik ben gewoon geïnteresseerd in jullie land, taal en cultuur?” – dat wordt met ongeloof ontvangen.

Laatst tijdens een optreden van On-The-Go kwam ik een jongen tegen. We babbelden wat tot ik de bekende glazige blik in zijn ogen zag verschijnen: hij vroeg zich af of ik misschien buitenlands was.
“Ik kom uit Nederland,” zei ik.
“Echt waar?” zei de jongen. “Je Russisch is erg goed. Iets TE goed. Serieus. Te goed.” Stilte. “Ben je een geheim agent?”

Ik lachte nonchalant boven mijn Old Fashioned. “Natuurlijk niet,” zei ik terug.
“Maar hé, jij komt me wel bekend voor,” vervolgde ik. “Stond jij niet onlangs met een vlag van Donetsk te zwaaien op Den Rossija?”

De jongen keek me gekweld en verbijsterd aan.
“Je lijkt er sprekend op,” drong ik aan. “Stond jij op de heuvel bij de universiteit met een Donetsk-separatistenvlag te zwaaien?”
“Nee, nee dat was ik niet,” zei de jongen beduusd.
“Wat jij wilt,” besloot ik, en nam een slokje.

Do Zvidanya,
Simone

Post uit Moskou 5

“Zoals het hoort” 

Brieven van en naar een flat naast de derde ringweg van Moskou. Maite en Simone schrijven elkaar over van alles en nog wat. “Alsof de homofobe Russen nu denken: goh, in Amsterdam staan mensen met vlaggetjes te zwaaien, eigenlijk zijn gays best oké.”

Milaya Maite,

Vorige week ging ik met een Russische vriend, V., naar een festival. Hij had me uitgenodigd mee te komen, maar bij aankomst bleek dat hij nog helemaal geen kaartjes had. Anderhalve meter voor de portier belde V. een vriend van een vriend uit de organisatie en begon direct ontzettend te schelden:
“Ik sta hier voor de deur zonder kaartje, komt er nog iemand een pasje brengen of wat? […] Veertig minuten? Wat denk je, dat ik hier zo lang ga wachten? Kom hierheen! Schiet op!”

Ik ben inmiddels zo lang in Rusland dat ik soms vergeet dat dit asociaal gedrag is. Ongemerkt heb ik zelf ook wat nieuwe gewoontes opgepikt: in Amsterdam ging ik met een oud-collega, John, uit eten. Ik stootte per ongeluk mijn wijn om, wenkte de serveerster en omcirkelde, zonder mijn verhaal te onderbreken, in de lucht met mijn wijsvinger de plek waar het drankje lag. John’s mond viel open. “Jezus Christus, Simone…”. Oh ja.

Het verbaast me ook dat mijn moeder nog geen bombrief heeft opgestuurd sinds ik de gewoonte heb ontwikkeld om een uitdrukkingsloze “Hm-hhmmm” als volwaardig antwoord in gesprekken te hanteren. Maar toch, Maite, maar toch. Op mijn harde schijf staat een onuitwisbaar stukje Nederland geprogrammeerd. En goddomme, ik voel me soms zo verschrikkelijk Nederlands in Moskou.

Casual conversation kom ik vaak best door zonder voor een niet-Rus te worden aangezien. Als mijn gesprekspartner na een tijdje begint te fronzen omdat er iets ‘niet helemaal juist’ moet zijn, denken ze vaak nog dat ik een Est, Let, of misschien Oekraïense ben – niet al te ver weg van het moederland. (Door de huidige politieke situatie word ik hierdoor ook nog wel eens voor spion of geheim agent aangezien, maar daar zal ik je in een andere brief over schrijven.)

Wanneer er geklonken wordt, roep ik altijd grof “proost!” – tot teleurstelling van de Russische tafelgenoot, die een ellenlange anekdote vol lof over het gezelschap en onze ontmoeting verwacht. Ook kan ik het vaak niet laten om te verkondigen: “In Nederland doen we het zo…” als iemand beklag doet over de Russische gang van zaken. Bij de metro zeg ik nog altijd: “Goedemiddag, zou ik alstublieft een kaartje voor negentig minuten mogen?” in plaats van “Negentig minuten” te grommen. Of Russischer nog: zonder een woord de roebels naar voren schuiven, de kassière weet immers zelf ook wel dat ze kaartjes verkoopt.

In principe is er ook geen reden om deze laatste vriendelijkheden af te zweren, enkel omdat het geen lokale gewoonten zijn. Wellicht, met vasthoudendheid, blijft er wat als sediment op het Russische plakken. De kassières lachen inmiddels ook al samenzweerderig met mij zodra ik binnenkom.

Do zvidanya,
Simone

Foto: Pinksteren, jaren vijftig in Pskov.

Post uit Moskou 4

“Klein protest”

Brieven van en naar een flat naast de derde ringweg van Moskou. Maite en Simone schrijven elkaar over van alles en nog wat. “Alsof de homofobe Russen nu denken: goh, in Amsterdam staan mensen met vlaggetjes te zwaaien, eigenlijk zijn gays best oké.”

Milaya Maite,

Heb ik je al wel eens gezegd dat ik me gloeiend trots voelde toen vorig jaar in Rusland de beelden binnendruppelden van de regenboogdemonstratie tijdens het bezoek van Poetin in Amsterdam? 
“Wat kan het jullie daar nou weer schelen wat er met de homo’s in Rusland gebeurd?” vroeg iemand me. “Wij hebben wel grotere problemen dan de homo-kwestie,” hoor ik van Russen vaak als het onderwerp valt.

Dat de aandacht van westerse journalisten voor de seksuele minderheden wellicht wat onevenredig is, lees je ook terug in dit artikel uit Sochi tijdens de Olympische spelen, toen de enige gay bar in de stad overspoeld werd met correspondenten.

“Het valt allemaal mee,” zeggen sommige Russen, als je ze toch tot een antwoord dwingt. “Er zijn gewoon homo’s en binnen hun eigen scene hebben die veel vrijheid.”
De onderdrukking heeft vooral betrekking op het activisme, wat voor veel Russen, samen met de woorden ‘gay parade’, de grootst denkbare catastrofe is.

Vorig jaar was ik met D., mijn lesbische huisgenoot, haar vriendin en mijn Tataar uit. Omdat er een ‘vrouwenoverschot’ was aan tafel, bood een jongen aan om erbij te komen zitten. 
Nooit zal ik de blik in D.’s ogen vergeten toen ze zei: “Wij hebben geen jongen nodig, dit zijn twee stelletjes. Wij zijn lesbisch. Dit is mijn vriendin”. Voorbereid op alles bleef ze hem recht aankijken tijdens de stilte die viel, haar kaken vijandig op elkaar geklemd.

“Lesbisch?” stamelde de jongen, maar hij herwon zichzelf snel weer: “Oh ja, dat ken ik van filmpjes op het internet,” zei hij met vieze glimmende oogjes. Uit die filmpjes had de jongen geconcludeerd dat een relatie tussen vrouwen wel wat ruimte voor een man overliet. De ontmoeting eindigde niet op vriendelijke noot, maar er vielen geen gewonden, ondanks dat het daar na wat stemverheffingen wel op begon te lijken.

Afgelopen 9 mei (tijdens de viering van een WOII overwinning) kreeg ik de uitnodiging om de avond af te sluiten op een klassnoj, een (te gek) besloten dakterras.

Maite, zoals je uit ervaring weet kunnen dakterrassen gevaarlijk romantisch zijn. De ondergaande zon, vers-fruit-cocktails en een trompettist zorgden ervoor dat dit dakterras een bij uitstek sexy toneel werd. Totaal onverwacht, maar niet tegen mijn zin, zoende vriendinnetje E. mij ineens, terwijl wij aan de bar, omringd door mensen, stonden te wachten.

Geroep steeg op om ons heen, we negeerden het. 

S., een Russische schoonheid die ons mee had genomen naar het feestje, gaf een goedkeurende knik. “Molodjets,” zei ze. “Goedzo. Ik heb ook een vriendin, al drie jaar. We wonen samen, maar het is geheim.” 
Blijkbaar moet je fysiek tonen dat je oké bent met ‘niet-traditionele’ uitingen van seksualiteit, voordat iemand je zulke informatie toevertrouwt. Do zvidanya,  Simone

Gorbatsjov begroet Honecker. Foto: Joseph Proepper.

Post uit Moskou 3

“Geloof”

Brieven van en naar een flat naast de derde ringweg van Moskou. Maite en Simone schrijven elkaar over van alles en nog wat. Deze week over een Russische kerk. Een bijzonder exemplaar dat zelfs een autowasstraat heeft.

Milaya Maite,

Met een paar slagen op het toetsenbord tikte je achteloos een beerput open. “Of zijn de Russen niet zo religieus?” vroeg je, alsof het antwoord in een maatbekertje past. Hmpf.

De orthodoxe kerk is voor mij een raadsel, maar je weet dat ik net zo weinig van de katholieke, protestantse en andere kerken begrijp. Als ik aan de Russisch-Orthodoxe kerk denk, zie ik altijd die foto van Poetin neus aan neus met de Moskouse Patriarch voor me, die op zijn beurt weer het beeld van twee groene kikkers met ronde kwaakblazen oproept.

Om je er toch wat over te kunnen vertellen ben ik zondag op bezoek gegaan bij de Christus Verlosserkathedraal (a.k.a. de Pussy Riot-kerk). Deze kathedraal/ autowasstraat/ kantine/ conferentiehal/ wasserette/ parkeergarage is ‘s werelds hoogste orthodoxe gebouw. Opportunistische commerciële exploitatie, nog zo’n pijler van de moderne Russische cultuur. Simon Ostrovsky maakte er een filmpje over voor Al Jazeera.

Stalin heeft de oude versie van deze kerk trouwens ooit met priesters en al opgeblazen om er ‘Het Paleis der Sovjets’ neer te zetten; een honderd etages hoge kolos met daarbovenop een honderd meter lange Lenin die filosofisch in de verte wijst. Sinds 2000 staat de kathedraal er weer, met meer marmer en goud dan ooit tevoren. Het gerucht doet de ronde dat de autowasstraat onderde kathedraal heilig water over de auto’s van de Moskouse jetset heen plenst. Ik geloof niet dat het waar is, alhoewel… misschien loopt er elke ochtend wel een priester langs om alle kranen te wijden, het blijft Rusland.

Bij de ingang van de kerk walmt de geur van kaarsvet en wierook je aangenaam tegemoet. De toegang loopt door een metaaldetectiepoortje en langs een beveiliger die de inhoud van je tas controleert. Erg streng zijn ze niet; ik had een laptop en camera bij me (mag niet) en toen de bewaker dit zag keek hij teleurgesteld, maar liet me wel gewoon binnen.

Tijdens de kerkdienst scharrelen er honderden mensen rond, vooral vrouwen (dames mét hoofddoek) maar ook mannen en jonge moeders met kinderen. In een hoek van de kerk kun je op gelijnde briefjes namen invullen, die tegen betaling afgestempeld worden; de priesters bidden dan voor de mensen wiens naam erop staat. Als souvenir heb ik een stapeltje van deze mooie briefjes in mijn tas laten glijden. Ik ben nog aan het overwegen of ik nu weer langs moet gaan om er eentje met mijn eigen naam af te laten stempelen als boetedoening.

Ondanks zijn gewelddadige voorgeschiedenis, was het niet ongezellig bij de Christus de Verlosser. Toen ik naar de kerk liep, riep er een man in het voorbijgaan zomaar: “Mevrouw, u ziet er prachtig uit!”. De Baboesjka’s die het kerkterrein verzorgen, overladen je bij het weggaan ook steevast met voorspoed, geluk en gezondheidswensen. Religie faciliteert deze warme samenkomst voor de mensen hier. In een stad als Moskou, die toch niet bekend staat om de vriendelijkheid van toevallige voorbijgangers, is dat best welkom.

Do zvidanya,
Simone

Post uit Moskou 2

“Sekse-etiquette”

Brieven van en naar een flat naast de derde ringweg van Moskou. Maite en Simone schrijven elkaar over van alles en nog wat. Populair onder Russische vrouwen: het zelfhulpboek Op weg naar het huwelijk.

Milaya Maite,

Ik schrijf je boven een spetterend worstje in het Georgische restaurant in mijn straat. ‘One pound pork butt‘ zit erin, maar ook granaatappelpitjes en verse paprika. Eet smakelijk, alvast. 

Rusland is een mannenland, schreef je. Volgens mij ben ik het daar gedeeltelijk mee eens: mannenwil is wet – als ze niet laveloos in een hoekje liggen. Nou goed, dat zijn natuurlijk clichés, niet te snel denken dat de vrouwen hier zielig zijn, want de meesten weten best hoe ze met deze kerels om moeten gaan. Ik heb al meerdere divorcee’s ontmoet die uit een huwelijk hadden gehaald wat ze nodig achtten (een kind en een inkomen) en die nu jubelend autonoom zijn. De seksen hebben wel zeer sterk een eigen domein. Vandaag bijvoorbeeld, in een boekenwinkel, stonden er twee stellages, één met aanraders voor vrouwen, (o.a.: Op weg naar het huwelijkDe psychologie van de vrouw: zelfanalyse en Vagina) en één voor de man (o.a. Over robuustheidDe psychologie van het risico en Stoppen met roken.) Dit onderscheid is hier vrijwel onomstreden. Er geldt ook een verdomd merkwaardige etiquette tussen de seksen. Deze week had ik een eerste date waarbij er binnen een uur al erg veel nadruk kwam te liggen op de unieke kwaliteiten van de baarmoeder. 

”Het is maar goed dat je niet rookt, je weet wel, voor het kinderen krijgen”, zei de Rus met Siberisch blauwe ogen. Hij was kunstzinnig onderlegd en we waren vlak ervoor nog Boelgakov aan het bespreken, maar dat was blijkbaar bijzaak. 

”Hou je van kinderen?” vroeg hij aanmoedigend. Toen de serveerster de bestelling op kwam nemen stokte onze discussie bij de enerverende uitspraak: “De huidige tendens is dat vrouwen meer werk op zich nemen dan mannen, dat is tegennatuurlijk en moet teruggedraaid worden.” Ik had mijn interesse al veel eerder verloren. Eigenlijk voel ik me door seksistische uitspraken nooit persoonlijk aangesproken. Soms vraag ik door tot ik een kronkel in zijn redenatie kan ontdekken en confronteer hem ermee. In mijn mindere momenten dreig ik zo’n vent wel eens fysiek leed te berokkenen (“Dat neem je terug, anders pak ik je”, heb ik letterlijk eens tegen een politieagent gezegd, hij bood daarop zijn excuses aan), vaker lach ik het weg en ga ik verder met mijn eigen leven. 
Misschien ben ik te passief, tijdens deze date ging ik eerst in discussie over zijn ideeën, maar liet ik de bonje ook zo weer varen voor een ander onderwerp. Ik ben geen hysterica die wijn in iemands gezicht zal gooien en direct de benen te neemt. Ik heb mijn date wel voor het eten en mijn taxi naar huis laten betalen. Daar had ik ineens geen moeite meer mee. Do zvidaniya, Simone

Russische werklui in (m/v) een café. Foto: Henri Cartier-Bresson.

Post uit Moskou 1

Brieven van en naar een flat naast de derde ringweg van Moskou. Maite en Simone schrijven elkaar over van alles en nog wat. Zou iemand hier een vuistslag uitdelen om een mening over Harry Mulisch kracht bij te zetten?

Milaya Maite,

Dans jij al vrolijk rond in de lente? De sneeuw die hier valt is niet erg overtuigend (hij verdwijnt direct weer), toch is het nog steeds prettiger binnen. 

Het is lastig uit te leggen hoe het kan dat deze stad, die in opdracht van megalomane leiders is gebouwd en overgoten met cement, mij zoveel plezier geeft. 

Mijn flat staat pal naast de derde ringweg van Moskou: wat Nederland een vijf baans-snelweg zou noemen, is hier de doorgaande weg. 
“Deze stad is niet voor mensen gebouwd, maar voor reuzen”, zei een bevriende Tataar. Voor hem een reden om Moskou te haten, voor mij de reden dat ik me reusachtig voel als ik er doorheen sjees. Soms lijkt het alsof doodgewone logica niet opgaat in Rusland, waardoor de uitkomst van een plus een plotsklaps 2,1 kan zijn; of 1,8. Het verschil is niet groot, maar het resultaat wel net iets anders dan je had gedacht. Ik heb bijvoorbeeld lang gedacht dat kunst de hoogst denkbare vorm van beschaving is, en dat agressie daar het verste vandaan ligt. Maar toen las ik dat Alexander Poesjkin (kort verhaal, Het Schot) opvliegend genoeg was om négenentwintig keer in een duel te belanden, totdat de laatste hem fataal werd. 

Dat idee van beschaving gaat hier in Rusland gewoon niet op. Als Poesjkin, een edelman, nu eenmaal af en toe “en garde” moest roepen om zijn eer te bewaren is dat misschien nog te begrijpen, maar Boris Ryzji, de “hooligan-dichter en bokskampioen”, bewijst toch wel dat de twee vermeende uitersten prima samengaan. De onderwerpen waarover hij dicht zijn gewelddadig, maar zijn constructies zijn betoverend mooi. 
Zelf lijkt Ryzji het onderscheid trouwens typisch menselijk te vinden: 
“Lelijkheid – is de schoonheid, 
die je ziel niet kan bevatten,” schreef hij.

Hooligan-dichter en bokskampioen Boris Ryzji.

In Het fantoom van Alexander Wolf, de onlangs gehypte roman van Gajto Gazdanov, beschrijft de hoofdpersoon een worsteling met deze tweedeling in zichzelf. Hij beschouwt zichzelf enerzijds een ontwikkeld man, anderzijds vertroebelt zijn hang naar het “stormachtige en zinnelijke” hem de mogelijkheden tot de bespiegelingen die hij essentieel acht voor creatie. 
Mede hierdoor raakt de protagonist gefascineerd door het personage Alexander Wolf. 
“Sasja Wolf, […] die avonturier, die dronkenlap en rokkenjager, de verleider van Marina – hoe was het mogelijk dat die Wolf I’ll Come Tomorrow kon schrijven?” Als de held deze Wolf uiteindelijk ontmoet, blijkt Sasja Wolf een diep zwartgallig persoon. 
Waarschijnlijk was het de destructie die hem melancholisch maakte, waardoor hij wel moest gaan schrijven. 
Lyrische zwaarmoedigheid, wellicht is dat de contradictio in terminis die de schoonheid omschrijft die ik bedoel, en is dat de balans tussen constructie en destructie die Russische cultuur zo meeslepend maakt.

Do zvidanya,

Simone